ScoringZone

Bepaal je scoorzone

Het seizoen is weer een aantal wedstrijden onderweg. Het is voor mij als voetbaltrainer interessant om de ontwikkelingen op de voet te volgen. Ik ben altijd benieuwd met welk plan een team aan de competitie begint en ook hoelang ze hierin blijven geloven. Het is voor mij goed in te schatten wat de gedachten van de coach zijn, waar hij de prioriteiten legt.
Iedere coach moet ergens beginnen. Legt hij de nadruk op het voorkomen van doelpunten of juist op het maken ervan? Hij moet in beide gevallen keuzes maken in het invullen van de posities in het elftal. In het ideale geval zal een team in goede balans zitten tussen aanval en verdedigen. De spelers kunnen in beide hoofdmomenten goed uit de voeten. Er zijn maar heel weinig ploegen die deze perfecte balans uit elf spelers kunnen halen. Zelfs de absolute topteams als Barcelona en Real Madrid kunnen dit nog niet voor elkaar krijgen. Real geeft tegen Sociedad een 2-0 voorsprong uit handen door defensieve kwetsbaarheid.
De coach moet dus een keuze maken tussen goals scoren en goals voorkomen.
Aan de hand van zijn keuze gaat hij aan de slag met het team om de spelers bewust te maken van hun taken en functies om goed te functioneren. Hoe willen we aanvallen of op welke manier gaan we verdedigen. Waar op het veld moet het gebeuren. Vallen we via de vleugels aan of door het midden? Kiezen we voor de opbouw of counter? Zakken we in en laten de tegenstander komen of zetten we direct druk? komen we in de positie om kansen te creëren en houden we de tegenstander uit de posities  waar ze gevaarlijk kunnen worden. Dit roept bij mij ook de vraag op over welke posities we het dan hebben. Wat is de gevaarlijke zone om te scoren of goals tegen te krijgen. Hoe gaan we met deze zone om en hoe groot is deze zone. Ik wil in dit artikel uitzoeken hoe de scoorzone bepaald kan worden.
Wat is de scoorzone?
Ik wil in eerste instantie het gebied bepalen waar normaal gesproken de grootste kans bestaat dat er gescoord kan worden.
Iedereen kent de spelers die vanaf alle hoeken en afstanden op doel schieten. Vaak met applaus of hoon van het publiek maar ook vaak met een laag rendement. Om nou te bepalen waar de scoorzone  precies ligt heb ik met behulp van dataprovider OPTA de statistieken van de WK gebruikt om te kijken  welke teams veel of minder vaak scoren en of er een relatie is tussen het aantal schoten en positie waar vandaan wordt geschoten.
OPTA brengt het  totaal aantal schoten in kaart van elk team en het aantal daarvan dat op doel is. het aantal geblokte schoten wordt in deze cijfers niet meegenomen. Ook is  de positie van waaruit wordt geschoten onderverdeeld in binnen of buiten het 16-metergebied.
Ik heb van de vier halve finalisten de statistieken vergeleken.
Statistieken WK top 4
Van de 172 doelpunten die er op de WK zijn gescoord zijn er 152 gemaakt binnen het 16 meter gebied. Dit is 88% van alle gescoorde doelpunten.
Als we kijken naar de bovenstaande cijfers zien we dat Argentinië en Brazilië meer schieten dan de wereldkampioen, maar minder op doel.  Zelfs Nederland heeft uit minder schotpogingen meer schoten op doel dan Argentinië. Het percentage schoten op doel ten opzichte van het totaal aantal schoten ligt bij Nederland en Duitsland duidelijk hoger. Dit zou kunnen betekenen dat de kwaliteit van de gecreëerde kansen groter is, omdat het voorwerk beter was. Er kan uit betere posities geschoten worden en misschien zijn er meer verdedigers uitgespeeld. Het kan ook zijn dat de spelers van Duitsland en Nederland gewoon gerichter schieten.
Het aantal schoten binnen de 16 meter is bijna gelijk tussen Duitsland en Argentinië (50 om 49), Argentinië schiet vaker op doel (32-27), maar de kwaliteit van de pogingen ligt bij Duitsland waarschijnlijk veel hoger omdat zij van de 27 schoten op doel binnen de 16m er maar liefst 17 maken.
Argentinië scoort uit 32 schoten op doel binnen de 16 m slechts 5 keer. Nederland heeft ook een goed gemiddelde met 14 uit 26 maar Brazilië valt flink tegen met 8 uit 38. Het rendement van Duitsland en Nederland is duidelijk hoger dan de Zuid Amerikaanse ploegen. Het verschil zit niet in het aantal pogingen totaal en ook niet direct bij het aantal pogingen op doel binnen 16m. Omdat ik niet van alle doelpunten de exacte lokatie heb waar vandaan gescoord is, neem ik aan dat de zone waaruit de meeste doelpunten vallen niet het gehele 16m gebied bevat. Waarschijnlijk zijn de doelpogingen van Duitsland en Nederland dichter en rechter voor de goal geweest. Veel pogingen van Argentinië en Brazilië zijn waarschijnlijk van schuiner en verder van het doel geweest. Dit betekent dat we de scoorzone kunnen verkleinen. De zone zal minder breed zijn dan het 16m gebied.
Om de lengte te bepalen hebben we ook aanvullende data nodig die exact de schotposities aangeven van waaruit wel of niet gescoord wordt. Bovendien zullen er variabele factoren meespelen die per team bepalen hoe groot de zone zal zijn, zoals de kwaliteit van de keeper, de staat van het veld en de kwaliteit van de speler die schiet.
Conclusie is dat verreweg de meeste doelpunten vallen binnen de 16m en dat de ploeg die de kwalitatief beste schotposities creëert de meeste doelpunten maakt. Om dit laatste punt te verifiëren is meer data over de exacte schotlocatie nodig. De breedte en lengte van de scoorzone kunnen dan exacter worden bepaald, maar zullen altijd afhankelijk zijn van variabele componenten. In een volgend artikel wil ik dan verder ingaan hoe je als trainer in aanvallende zin gebruik kunt maken van de term scoorzone.

 

OptaLogo
Met hartelijke dank aan Opta voor het beschikbaar stellen van de statistische informatie